Schoonrekenen in Utrecht, nu ook met CO2.

In 2010 moest aan de NO2-norm voldaan worden, in 2016 waren er nog steeds overschrijdingen. Met CO2 gaat het net zo.

Nadat de gemeente Utrecht jarenlang de lucht schoonrekende, rekent de gemeente nu ook de uitstoot van CO2 omlaag. Alles om te zorgen dat de stad volgebouwd kan worden en het autoverkeer geen strobreed in de weg hoeft te worden gelegd. De grootste collegepartij GroenLinks is één van de grote pleitbezorgers van de nieuwe snelweg tussen de A2 en de A27 langs Overvecht waardoor het doorgaand verkeer langs Overvecht verdubbelt en ruim 1000 bomen moeten worden gekapt.

Om de uitstoot van CO2 in en door de gemeente Utrecht te berekenen neemt de gemeente alleen het verbruik van gas en elektra mee en het aantal gereden autokilometers per dag. Voor 2006 berekende de gemeente 4.284.272  autokilometers per dag, voor het jaar 2015 kwam de gemeente uit op 2.776.581 per dag. Over schoonrekenen gesproken. Wat wijselijk niet in de berekening wordt meegenomen is de CO2-uitstoot die nodig is om bouwmaterialen te produceren en te vervoeren die nodig zijn om Utrecht vol te bouwen: beton, stenen, glas, staal, kunstofkozijnen e.d. Die komen van buiten Utrecht. Utrecht is een snel bouwende stad. De CO2-uitstoot in Utrecht neemt niet af, maar juist toe. Burgers worden op hoge kosten gejaagd voor isolatie en de overgang van gas naar elektra, maar de gemeente zelf gooit er wat de CO2-uitstoot betreft een schepje bovenop: meer bouwen en meer verkeer.

Hoe ging het ook al weer met de luchtkwaliteit?
In 2016 werd volgens de Monitoringsrapportage Lucht 2017 van de gemeente (p.5) in Utrecht nog steeds niet aan de NO2-norm voldaan, terwijl dat volgens de Europese regelgeving (Richtlijn 1999/30) uiterlijk in 2010 het geval had moeten zijn. In 2009 werd door de EU uitstel verleend op voorwaarde dat in 2015 als nog aan de norm zou wor­den voldaan. Maar ook in 2015 werd dus nog steeds niet aan de norm voldaan.

Wat de wanprestatie van de gemeente Utrecht zo opmerkelijk maakt is dat we in 2008 met een economische crisis te maken kregen die jaren heeft geduurd, waardoor met name het vrachtverkeer afnam. De NOx-emissies namen daardoor met 8% af, wat het halen van de norm in 2010 een stuk makkelijker maakte. [1]  Daar komt nog bij dat de NO2-concentratie  aanvankelijk berekend moest worden op 1,5 meter van de rand van de weg en naderhand, door versoepeling van de regelgeving,  op 10 meter van de rand van de weg.  Bij een drukke weg scheelt dat al gauw 5 microgram/m3 NO2. Dat maakt het ook al makkelijker om aan de norm te voldoen.

Wat heeft dan gemaakt dat de gemeente Utrecht er ondanks deze twee grote meevallers nog steeds niet in slaagde in 2015 aan de NO2-norm te voldoen? Het antwoord is: in de periode 2001-2006 werden plannen voorbereid om het Stationsgebied aan te pakken, wat volgens het eind 2006 vastgestelde Structuurplan Stationsgebied een toevoeging inhield van 45.000 m2 winkelruimte, 70.000m2 leisure, 240.000 m2 kantoren, 35.000 m2 cultuur, 29.000 m2 hotel, 8.800 m2 horeca, 1000 woningen en ca. 6000 parkeerplaatsen. Toen dat structuurplan werd vastgesteld wisten het college en de gemeenteraad dat als gevolg daarvan de NO2-norm ook in 2015 niet zou worden gehaald.[2]

Met andere woorden: het gemeentebestuur besloot eind 2006 de herontwikkeling van het Stationsgebied belangrijker te vinden dan het tijdig aan de NO2-normen voldoen en bleef dat ook in de jaren daarna belangrijker vinden en vindt dat nog steeds belangrijker. Dat er nog in 2015 sprake was van een overschrijding is dus simpelweg het gevolg van een keuze van het gemeentebestuur: de keuze om zich er door de EU-regelgeving niet van te laten weerhouden het Stationsgebied  grootschalig te herontwikkelen.

In het mede door de gemeente Utrecht opgestelde “Regio in beweging” (2013) stond over de automobiliteit van en naar het Stationsgebied “De verwachte ontwikkeling van de automobiliteit in heel Nederland valt erbij in het niet. Ook als de daadwerkelijke ontwikkelingen minder fors blijken te zijn dan in deze prognoses is er nog sprake van een extreme ontwikkeling en dat in een gebied dat nu al overbelast is” (p.23) Daar werd eind 2006 dus door het gemeentebestuur van Utrecht welbewust voor gekozen bij de vaststelling van de Structuurplan Stationsgebied.  Je aan de wet houden is mooi, schone en gezonde lucht is mooi, maar niet ten koste van de herontwikkeling van het Stationsgebied en niet ten koste van de groei van  het autoverkeer.

Klimaat neutraalrekenen
Recentelijk heeft de Klimaatpartij beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning voor het Galaxyhotel, een gebouw van 90 meter hoog met 317 woningen en 250 hotelkamers. Bij de aanvraag voor nieuwbouw moet een energie prestatie berekening (EPC) overgelegd worden. Daar wordt in de praktijk door de gemeente nauwelijks naar gekeken, met het gevolg dat die berekeningen de energieprestatie veel te gunstig voor kunnen stellen en dat de vergunning niettemin wordt verleend. In dit geval blijkt bij het narekenen dat de EPC ca. 80% hoger is dan het wettelijk maximum. Het gevolg is dat de toekomstige bewoners en gebruikers veel hogere energie­rekeningen krijgen en dat er 80% meer CO2 wordt uitgestoten dat door de aanvrager is berekend, wat neerkomt op ca 580 ton per jaar.

Bij nieuwbouw moet ook een milieu prestatie berekening (MPG) overgelegd worden om inzicht te geven in de energie/CO2 die nodig is geweest voor de productie en het transport van bouwmaterialen. Die MPG is niet overgelegd. Niettemin is de vergunning verleend.

Kortom, het gaat in Utrecht het klimaatberekeningen al net zo als met luchtkwaliteitsberekeningen: er moet hoe dan gebouwd worden ook als dat niet strookt met de milieuregelgeving.

[1]Recessie brengt halen van luchtdoelen dichterbij’ betoogden Robert Koelmeijer, Eric Driessen en Sonja Kruit­wagen van het Planbureau voor de Leefomgeving Tijdschrift Lucht nr.4  Augustus 2009
[2] Volgens de Luchtrap­por­tage Stationsgebied zouden er als gevolg van de stationsplannen (incl. maatregelen!) in 2015 nog overschrij­din­gen zijn: Kinglaan (47 µg/m3), Westplein (43 µg/m3), Daalsetunnel (43 µg/m3), Weerdsingel (45 µg/m3). In deze  vooruitberekening waren nog niet eens meegenomen de toe te voegen 240.000 m2 kantoor, de 45.000 m2 winkels, de 8.800 m2 horeca en de 29.000 m2 hotel.

Vriendjespolitiek: Holland Casino nog langer gedoogd

Bij toeval kwam de SSLU erachter dat aan Holland Casino op de Overste den Oudenlaan op 27 november 2017 een ‘gedoogverklaring’ is gestuurd. Die werd waarschijnlijk opzettelijk niet gepubliceerd, zodat daar geen bezwaar tegen gemaakt zou kunnen worden.

Holland Casino moest 29 november 2017 de locatie op de Overste den Oudenlaan ontruimen ivm het bestemmingsplan. Het betrof namelijk een voorlopige bestemming. Zou Holland Casino daar niet op 29 november 2017 vertrekken, dan zou er een illegale situatie ontstaan waartegen de gemeente handhavend had moeten optreden.

Omdat Holland Casino nog geen andere locatie had besloot het college Holland Casino nog een jaar of wat te gedogen: de illegale situatie door de vingers te zien. Dat mag, maar daar is een ‘gedoogbeschikking’ voor nodig en zo’n gedoogbeschikking moet gepubliceerd worden, zodat omwonenden en andere belanghebbenden daar bezwaar tegen kunnen maken.

Het college besloot echter Holland Casino stiekem te gedogen. D.w.z. zonder een beschikking te publiceren. Dat zou immers alleen maar de vraag kunnen oproepen: waarom wordt er niet tegen Holland Casino gehandhaafd? Tussen 2004 en 2013 was de vestiging van Holland Casino ook al illegaal en werd die door het college gedoogd. Een bijzonder lankmoedige en vriendschappelijke behandeling waar een gewone burger niet op hoeft te rekenen.

De SSLU had het college verzocht alsnog handhavend op te treden tegen de illegale vestiging van Holland Casino. Bij brief van 10 januari 2019 heeft het college dat geweigerd. Tegen die weigering heeft de SSLU bezwaar aangetekend.

Zie: bezwaarschrift gedogen Holland Casino OdO

Van Hooijdonk blijft over milieuzone liegen

Volgens GroenLinks-wethouder Van Hooijdonk in het AD van 5-1-18 heeft de invoering van de milieuzone in binnenstad/stationsgebied gezorgd voor een afname met 30% van de concentratie roet in de lucht. Van Hooijdonk liegt en blijft liegen over het effect van de milieuzone.

Volgens metingen van TNO (gerapporteerd 25-3-2016) kon de afname van de concentratie roet niet door metingen worden vastgesteld omdat die afname meerdere oorzaken kon hebben.

Collegebrief: verbetering luchtkwaliteit met sint juttemis

De meest schokkende informatie in de collegebrief Utrecht van 3 januari 2018 is:

– de norm voor NO2 (stikstofdioxide) werd in 2017 nog steeds overschreden

– de gemiddelde concentratie NO2 is sinds 2015 zelfs weer licht gestegen;

– het verkeer zal in 2030 nog steeds de grootste bron zal zijn voor luchtvervuiling;

– het college is niet van plan om iets te doen tegen de groei van het autoverkeer;

Om het geheugen op te frissen: in 1999 werd in de EU besloten dat in 2010 overal aan de norm voor NO2 zou worden voldaan. In 2006 beweerde de gemeente dat dat in 2010 zeker zou gaan lukken, maar werkte ondertussen aan een verzoek bij de EU om uitstel. Dat uitstel werd in 2008 gekregen onder de strikte voorwaarde dat in 2015 als nog aan de norm zou worden voldaan. In het jaar 2017 werd dus ook volgens zeggen van de gemeente nog steeds niet aan de norm voldaan.

Het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente Utrecht heeft sinds 2005 pakweg 70 miljoen gekost (kosten adviesbureaus, actieplannen, ambtelijke deskundigen, maatregelen waaronder  de milieuzone). Het effect van die 70 miljoen is nul komma nul, want de (geringe) daling die zich heeft voorgedaan qua NO2 en fijn stof is een landelijke trend. Die (geringe) daling zou zich dus ook hebben voorgedaan als de gemeente Utrecht geen cent had uitgegeven aan onderzoek, beleid en ambtenaren voor luchtkwaliteit.

In de collegebrief staan weer de gebruikelijke smoesjes om uit te leggen waarom het toch zo moeilijk is om in Utrecht aan de EU normen te voldoen: de meeste vervuiling zou van buiten de stad komen. Met andere woorden, het is allemaal niet de schuld van de gemeente maar van het rijk. De vraag is: waarom dan 70 miljoen over de balk gooien voor een gemeentelijk luchtkwaliteitsbeleid als niet de gemeente maar het rijk de problemen moet oplossen?

Het antwoord op die vraag is hoe vreemd het ook klinkt: het doel van het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente is helemaal niet het terugdringen van de luchtverontreiniging, maar het ontduiken van de EU-normen zodat die niet in de weg staan aan de ambities om de stad, met name het stationsgebied, tot en met de laatste vierkante meter groen vol te bouwen en te asfalteren. Projectontwikkelaars maken in Utrecht namelijk de dienst uit en de gemeente heeft zo gigantisch veel schulden gemaakt (ruim 1 miljard) dat elke stukje grond te gelde moet worden gemaakt.

Om projectontwikkelaars te verleiden in het stationsgebied te bouwen is het enorme parkeerterrein (p2 en p4) van de Jaarbeurs buiten de milieuzone gehouden, wordt er een ondergrondse parkeergarage gebouwd onder het Jaarbeursplein (60 miljoen), zijn/worden er tientallen miljoenen geïnvesteerd om de autobereikbaarheid stationsgebied/Jaarbeurs (fly-over 24 OP, Europaplein, Anne Frankplein, 5 Meiplein) krachtig te bevorderen.

Om ondanks alle extra luchtvervuiling van dien niets tegen de groei van het autoverkeer te hoeven doen en de autobereikbaarheid van het stadscentrum te kunnen bevorderen grijpt het college het middel van de milieuzone aan. Uit TNO onderzoek is gebleken dat de milieuzone geen noemenswaardig (“significant”) effect heeft en dat Utrechters die hun ouwe auto weg moesten doen dus nodeloos op kosten en in de gordijnen zijn gejaagd. De hoop van het college is nu gevestigd op versnelde invoering van elektrisch rijden, alsof er voor de opwekking van elektriciteit niet veel meer kolen- en houtgestookte elektriciteitscentrales zullen worden gebouwd met extra uitstoot van CO2 (klimaat) als gevolg.

De kern van de boodschap van de collegebrief is dat er niets aan dit rampzalige beleid gaat veranderen. Het college schrijft immers dat de luchtkwaliteit in 2030 verbeterd zal zijn. Met sint juttemis dus. Met het oog op de komende verkiezingen is het goed te bedenken dat GroenLinks sinds 2010 de wethouder heeft geleverd voor luchtkwaliteit. Eerst Frits Lintmeijer en vervolgens Lot van Hooijdonk.

De leugens van Lot van Hooijdonk over de milieuzone

Over de milieuzone voor bestel- en personenwagens in Utrecht, die niet veel groter is dan de binnenstad, beweerde wethouder Lot van Hooijdonk (GroenLinks) in het AD van 5-1-2018 dat die tot een ‘gigantische’ afname had gezorgd van de hoeveelheid roet. Ze wist er ook een percentage bij te noemen: 30%.


Bron: AD Utrecht 5-1-2018

Volgens het evaluatierapport van TNO 25 maart 2016 echter kon het positieve effect niet uit de verrichte metingen worden geconcludeerd. Het was namelijk dermate gering (1%) dat TNO dat “niet-significant” noemde. De kans bij een dergelijk miniem verschil is te groot dat het een kwestie is van toeval. Zie onderstaande uit het TNO-rapport gekopieerde tekst.

Over het effect van de milieurzone is veel te doen geweest: discussie in de gemeenteraad en rechtszaken tot aan de Raad van State. Het moet daarom uitgesloten worden geacht dat wethouder Lot van Hooijdonk geen kennis heeft van het TNO-rapport van 25 maart 2016 daar in haar opdracht is opgesteld. Wanneer Van Hooijdonk niettemin beweert dat de milieuzone tot een gigantische daling van de hoeveelheid roet heeft geleid, dan kan het niet anders zijn dan dat zij liegt.

Van Hooijdonk heeft overigens iets met “30%” Kort nadat zij als wethouder was aangetreden beweerde zij namelijk dat door 2% procent van de auto’s te weren (wat de milieuzone zogenaamd zou doen) de lucht in Utrecht 30% schoner zou maken. Ook dat was kletskoek.


In het eerder genoemde TNO-rapport van 25 maart 2016 staat dat er (ook) geen effect van de milieuzone kon worden vastgesteld voor NO2.

Of het nu waar is of niet wat zij beweert over de milieuzone, dat lijkt er voor wethouder Lot van Hooijdonk van GroenLinks niet toe te doen. Ze denkt waarschijnlijk (en terecht), als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt, en de kranten en de NOS daar maar vaak genoeg over berichten, dan gaan de mensen vanzelf denken dat het waar is. Het zal dus niet de laatste keer zijn dat Lot van Hooijdonk leugens verteld over de milieuzone.

SSLU pleit voor vuurwerkverbod


Aan het college en de gemeenteraad van Utrecht,

Hierbij stel ik mede namens de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht voor om het vuurwerk in Utrecht te verbieden, zodat dat mensen en dieren bij het einde jaar 2018 bespaard blijft. Dat houdt dus ook in een verbod op het verkopen van vuurwerk. Het voorstel wordt u nu aangeboden, zodat iedereen de vuurwerk-ongelukken, de giftige dampen die vrijkomen en de herrie nog vers in het ge­heugen liggen en u ruimschoots de tijd heeft om een verbod in de APV op te nemen.

Ik wil u eerst wijzen op een publicatie in het AD van 23-12-2017, waaruit blijkt de burgemeesters in Nederland unaniem zijn over  knalvuurwerk: daar willen ze van af. Een stap in de goede richting, maar zeker niet genoeg. Zie https://www.ad.nl/binnenland/burgemeesters-willen-verbod-op-knalvuurwerk~a6db4023/.

Ik wijs u verder op een “discussie” die heeft plaatsgevonden op de openbare facebookpagina van Utrecht! (9381 leden). Daaruit blijkt in de eerste plaats dat een meerderheid van de reageerders het eens is met het standpunt “zo gauw mogelijk verbieden”:  55 personen (zie icoontjes onder de op­roep om het vuurwerk te verbieden..

Het aantal personen dat in negatieve zin reageerde op de oproep om het vuurwerk te verbieden komt niet verder dan de helft. (De “discussie” ging na verloop van tijd over een heel ander onder­werp, zodat ik die niet meer gearchiveerd heb).  Van alle opmerkingen die onder de oproep geplaatst werden heb ik printscreens gemaakt die hieronder worden weergegeven. De meeste van die opmer­kingen geven er blijk van dat men het niet een s met een verbod, maar verschillende opmerkingen zijn van dezelfde reageerders.  Dat maakt dat het aantal negatieve reageerders minder is dan het lijkt.

Wat overigens  opvalt aan de negatieve reacties is dat die inhoudelijk niet ingaan op de problemen die in het artikel van de NRC worden genoemd, maar eerder begrepen moeten worden als uitingen van ergernis dat het probleem opgeworpen wordt. Een veel gehoorde ergernis is dat alles wat leuk is verboden wordt. Dat zou de politiek zich moeten aantrekken, want kennelijk draagt het beleid van de gemeente althans bij deze reageerders niet bij aan gevoel  van groeiende tevredenheid. Hoe het ook zij, een serieuze en redelijke reactie op de in het NRC-artikel genoemde problemen is het niet.

De negatieve reacties geven er op geen enkele manier blijk van begrip te hebben voor mensen en de dieren die niet tegen de herrie van vuurwerk kunnen en voor mensen die last hebben van COPD en astma die in het bijzonder lijden onder de rook die vrij komt bij het afsteken van vuurwerk of voor de mega verkwisting in een wereld waarin ruim een miljard mensen niet het geld hebben om zich te voeden. Een verwijzing naar deze problemen wordt door veel  negatieve reageerders af gedaan als “gezeik”, wat moeilijk een redelijk argument genoemd kan worden.

Uit het feit dat het aantal negatieve opmerkingen nog niet de helft is van het aantal adhesie betui­gingen (zoals die o.a. blijken uit het aantal instemmende icoontjes) kan mogelijk nog een andere conclusie getrokken worden, namelijk dat het om een scheldende minderheid gaat waarvan ten onrechte ook door politici vaak wordt aangenomen dat die representatief zou zijn voor wat het volk denkt. Veel  redelijke mensen voelen er niets voor om zich in sociale media bloot te stellen aan verwensingen en ordinaire scheldpartijen. Je mag dus aannemen dat die ondervertegenwoordigd zijn onder degene die opmerkingen plaatsen onder opiniërende posts. Kortom, de politiek zou niet zo bang moeten zijn voor wat de scheldende minderheid roept. Dat geldt waarschijnlijk niet minder voor de hetze tegen vluchtelingen, de hetze tegen pleitbezorgers van het afschaffen van de racistische traditie van zwarte piet en het gekrakeel tegen het terugdringen van autoverkeer. De zwijgende meerderheid zou wel eens veel groter kunnen zijn dan politici denken.

Een goede reden om het voorgestelde vuurwerkverbod juist nu op de politieke agenda te zetten is het feit van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Een prima gelegenheid voor politieke partijen om zich duidelijk uit te spreken voor of tegen het vuurwerkverbod.

C. van Oosten
2-1-2017

printscreen reacties op vuurwerkverbod

Lucht terrassen Oude Gracht ongezond

Wijk C Komitee: Lucht werfterras slechter dan bij drukke weg

Op een werfterras in wijk C blijkt dat de concentratie van het fijnstof PM2,5 gemiddeld 2 tot 3 keer hoger is dan de concentratie van dezelfde stof bij het meetpunt langs de Kardinaal de Jongweg in de zelfde periode. Dat blijkt uit metingen die daar de afgelopen weken zijn gehouden.
PM2,5 bestaat uit deeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer. Dat is dus kleiner dan het bekende PM10 en met het blote oog niet waarneembaar. Hoe kleiner de deeltjes hoe gevaarlijker. Deze kleine deeltjes worden niet meer door de longen tegengehouden en komen via de bloedbaan o.a. bij het hart terecht, waar het zich kan ophopen en (onherstelbare) schade aan kan richten.
PM2,5 ontstaat vooral door condensatie van verbrandingsproducten of door reactie van gasvormige luchtverontreiniging. Ook fijnstof dat rechtstreeks vrijkomt bij verbrandingsprocessen draagt aan PM2,5 bij. Dit fijnstof komt bijvoorbeeld vrij in de vorm van roet en rook. Bekende bronnen in een stedelijke omgeving zijn bijv. het verkeer, houtrook en huishoudens.  Boosdoener in dit geval lijkt vooral de vele boten met zware oude dieselmotoren.
Het gemeten daggemiddelde ligt boven de 10 microgram per m3. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt een jaargemiddelde van 10 microgram PM2,5 per m3 als maximaal aanvaardbaar. Er zijn op het werfterras pieken gemeten tot bijna 250 microgram per kubieke meter.

 

Utrecht wil effect niet weten van luchtkwaliteitsbeleid (75 miljoen)

De gemeente Utrecht heeft sinds het jaar 2005 naar schatting een slordige 75 miljoen euro uitgegeven aan luchtkwaliteitsonderzoek en -beleid. Daar zijn actieplannen voor gemaakt. Er is veel onderzoek verricht. Er zijn veel dure advocaten en adviesbureaus aan te pas gekomen. Er is jarenlang een luchtcoördinator van betaald, die 315.000 euro per jaar declareerde. Toen die vertrok kregen we daar een programmamanager luchtkwaliteit voor in de plaats. Bij de afdeling Milieu zijn sinds jaar en dag meerdere luchtkwaliteitsdeskundigen werkzaam. Dat kost allemaal handen vol geld.

En ja, er zijn ook maatregelen genomen: bijvoorbeeld communiceren over luchtkwaliteit, verbeteren inzet transferia, verbeteren doorstroming, optimaliseren goederenvervoer, intensiveren mobiliteitsmanagement, verplaatsen touringcarterminal, stimuleren fietsverkeer. Maatregelen die of geen effect hadden en alleen maar mooi klinken, of niets met luchtkwaliteit te maken hadden zoals de verplaatsing van de touringcarterminal of gewoon maatregelen waren om de autobereikbaarheid te bevorderen (asfalt voor betere doorstroming). En recentelijk de milieuzone voor personen- en bestelwagens waarvan inmiddels is gebleken dat die geen enkel effect had. Kosten 10 miljoen.

In 1999 werd in de EU afgesproken dat in 2010 aan de norm voor NO2 (stikstofdioxide) zou worden voldaan. NO2 werd gekozen niet alleen omdat het schadelijk is voor de gezondheid, maar ook omdat het beschouwd wordt als een indicatorgas: als er veel NO2 in de lucht zit is dat een aanwijzing dat er ook veel PAK’s, benzeen, ultrafijnstof en andere schadelijke stoffen in de lucht zitten. De bedoeling was in 1999 om de norm waaraan in 2010 moest worden voldaan (40 microgram/m3) in 2010 aan te scherpen zodat die dezelfde zou worden als die van de WHO: 20 microgram/m3. Daar is nooit iets van terecht gekomen. De norm van 40 microgram/m3 werd in 2015 in Utrecht niet eens gehaald.

Als je als gemeente in de loop van 10 jaar 75 miljoen uitgeeft om de luchtverontreiniging te bestrijden, dan is natuurlijk een belangrijke vraag: wat heeft dat nu geholpen, is die 75 miljoen goed besteed? En vooral uit een oogpunt van gezondheid behoor je als gemeente na te gaan of je er wel alles aan gedaan hebt om de luchtverontreiniging terug te dringen. Volgens berekeningen van het RIVM (2005) zouden er elk jaar pakweg 300 Utrechters in de orde van 10 jaar te vroeg sterven door luchtverontreiniging. Dus ook als die 75 miljoen je niets kan schelen behoor je voortdurende te monitoren om te  kijken of jouw maatregelen wel effectief zijn en of er geen aanvullende maatregelen nodig zijn.

In 2011 stelde de Rekenkamer vast dat het effect van twee van de belangrijkste maatregelen niet kon worden aangetoond: schone bussen en de in 2007 ingestelde milieuzone vrachtverkeer. Volgens het Rekenkamerrapport “Geen vuiltje aan de lucht” (p. 21) gaf de ambtelijke organisatie aan “dat het belang van zicht op de geleverde prestaties en resultaten relatief is” omdat de gemeente slechts de plicht zou hebben om maatregelen uit te voeren. De vraag of al die miljoenen goed besteed waren en of de maatregelen effectief waren boeide de ambtelijke organisatie in het geheel niet. Met andere woorden: wat maakt het de ambtelijke dienst uit honderd doden meer of minder?

Even leek het erop of de houding van het college en de gemeenteraad zou veranderen. Men was toch wel een beetje geschrokken van het Rekenkamer rapport. Het enige wat veranderde was dat het college met veel bravoure verkondigde dat de norm van 40 microgram/m3 in 2015 niet ver genoeg ging en dat het college er alles aan zou doen een stuk lager uit te komen. Hoe het college dat dappere voornemen wilde realiseren maakte het college niet duidelijk. En zoals gezegd, de norm van 40 microgram/m3 werd ook in 2015 in Utrecht, ondanks een hoop gekunsteld rekenwerk, niet gehaald.

Om te kunnen beoordelen of er inmiddels iets in de onverschillige houding van de gemeente veranderd was deed ik op 18 januari 2016 een wob-verzoek. Ik vroeg wat al die rapporten en actieplannen sinds 2005 hadden gekost én of de gemeente inmiddels wél onderzocht had wat het effect was van alle rapporten, actieplannen en maatregelen. Kennelijk nog steeds een hele lastige vraag, want ik kreeg pas op 23 juni antwoord. Dat wil zeggen, een gedeeltelijk antwoord. Wél  een overzicht van een deel van de kosten, maar geen antwoord op de vraag wat die 75 miljoen aan rapporten en maatregelen nu had opgeleverd.

Op 27 juni maakte ik bezwaar tegen het onvolledige antwoord. Dat bezwaar had uiterlijk 27 oktober behandeld moeten zijn. Daar staan 18 weken vanaf de datum van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt. Ik heb op 18 november de gemeente in gebreke gesteld want ik had nog steeds geen antwoord op mijn vraag. Op 2 december ontving ik het besluit op bezwaar effect luchtkwaliteitbeleid waaruit blijkt dat de gemeente geen document heeft waaruit blijkt dat er ooit is uitgezocht wat die 75 miljoen hebben opgeleverd aan schone lucht. Of het ook maar iets geholpen heeft, al die actieplannen, al dat onderzoek en al die rapporten dat weet de gemeente niet, omdat de gemeente zich die vraag ook na het Rekenkamerrapport in 2011 kennelijk niet heeft willen stellen.

Laat het even tot je doordringen wat dat betekent: gerekend vanaf 2005 zijn er elk jaar volgens het RIVM (2005) dus pakweg 300 Utrechters voortijdig overleden door luchtverontreiniging. Dat maakt tussen 2005 en 2015 dus 3000 sterfgevallen. Dat zou op zichzelf toch een bijzonder urgente reden moeten zijn om het effect van de maatregelen voortdurend te monitoren. Want als het niet genoeg blijkt te zijn moet er meteen een flinke schep bovenop. Maar bovendien is er dus 75 miljoen belastinggeld gestoken in plannen, maatregelen, onderzoek en dure deskundigen. Dan is het toch volstrekt onvoorstelbaar dat de gemeente zich de vraag niet stelt of het luchtkwaliteitsbeleid iets heeft opgeleverd?

Het onvoorstelbare is dus waar. Of die 3000 Utrechters langer hadden kunnen leven door een beter beleid boeit de gemeente kennelijk totaal niet. De gemeente heeft trouwens ook nooit onderzocht hoe het is gesteld met de ongezondheid van de mensen die langs de meest vervuilde straten in Utrecht wonen. Of daar meer astma en copd voorkomt en of mensen die langs vieze drukke straten wonen eerder doodgaan. Onze gezondheid en dat wij eerder doodgaan door luchtverontreiniging interesseert de gemeente en ook de gemeenteraad dus niets. En of er 75 miljoen wel of niet over de balk zijn gegooid ook niet. Het is immers toch maar belastinggeld.

Het feit dat de NO2-norm in 2015 nog steeds overschreden werd in Utrecht terwijl daar al in 2010 aan had moeten worden voldaan wijst erop dat al die actieplannen, maatregelen en deskundigen de lucht geen spat schoner hebben gemaakt en dat die 75 miljoen dus inderdaad niets hebben opgeleverd. Behalve dan een goed belegde boterham voor de onderzoekers, plannenmakers, programma managers en juristen van de gemeente en een mooie carrière voor wethouders die natuurlijk net op tijd tot een hoger ambt worden geroepen, namelijk voordat is gebleken dat hun stoere voornemens op niets zijn uitgelopen en alleen maar handen voor geld hebben gekost . Maar de waarheid is waarschijnlijk nog veel verschrikkelijker.

De NO2- uitstoot van auto’s, fabrieken, verwarmingsketels is in de loop van de jaren afgenomen doordat motoren, machines en apparaten geleidelijk schoner werden. Maar dat is niet het gevolg van gemeentelijk beleid. Dat heeft met voorschriften te maken die door de EU zijn opgelegd. Stads- en streekbussen zijn ook schoner geworden. Maar dat is ook geen gemeentelijk beleid. Dat is beleid van het Bestuur Regio Utrecht. Het schoner worden van auto’s, bussen, fabrieken en verwarmingsketels zou ook plaatsgevonden hebben als de gemeente geen actieplannen had opgesteld en geen deskundigen, luchtcoördinators en programmamanagers in dienst had genomen en niet 75 miljoen had uitgegeven.

Wat nu zo verbazingwekkend is, is dat er ondanks het schoner worden van auto’s, fabrieken, verwarmingsketels in 2015 nog steeds overschrijdingen waren van de norm! Dat kan maar één ding betekenen: het autoverkeer in Utrecht moet in de loop van 10 jaar sterk zijn toegenomen. Als auto’s schoner worden, maar het aantal auto’s (eigenlijk het aantal autokilometers) neemt sterk toe, dan blijft de lucht natuurlijk even smerig en ongezond. Dát het autoverkeer sinds 2005 sterk is toegenomen in Utrecht kan goed kloppen, want de gemeente heeft een groot aantal plannen vastgesteld die het autoverkeer krachtig hebben bevorderd.

In 2006 werd het structuurplan stationsgebied vastgesteld.  Dat voorzag in een toevoeging van 1000 woningen, 205.000 m2 kantoren, 45.000 m2 winkels, 70.000 m2 (casino en megabioscoop), 24.000 m2 hotel, 8.800 m2 horeca, 33.500 m2 cultuur en 6460 parkeerplaatsen. Het college en de gemeenteraad wisten dat dat tot een sterke stijging zou leiden van het autoverkeer van en naar het stadscentrum. Daar koos gemeente ook uitdrukkelijk voor, want om al dat extra autoverkeer op te kunnen vangen werd de capaciteit van de invalswegen Europalaan-Zuid, Kinglaan (fly-over) en Vleutenseweg (Majellaknoop) drastisch vergroot.

Wisten het college en de gemeenteraad in 2006 dan niet dat het volstrekt onmogelijk zou zijn om de NO2-norm in 2010 te halen als ondertussen het autoverkeer van en naar het stadscentrum krachtig werd bevorderd? Natuurlijk wisten ze dat. Het bleek uit de Luchtrapportage Stationsgebied Utrecht die opgesteld was om te laten zien wat de gevolgen zouden zijn voor de luchtkwaliteit van het structuurplan stationsgebied. Uit die rapportage bleek dat door al die plannen de NO2-norm ook in 2015 op alle grote wegen van en naar het stationsgebied ruimschoots zou worden overschreden.

En nu het Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht en al die andere actieplannen, rapporten en maatregelen. Wat was daar eigenlijk de bedoeling van? De bedoeling daarvan was om het publiek en de rechtbank (tegen de plannen de invalswegen te verbreden werd door actiecomité’s beroep ingesteld) wijs te maken dat het met de toename van het autoverkeer helemaal niet zo’n vaart liep én dat er bovendien maatregelen genomen zouden worden met zo’n wonderbaarlijke waskracht dat de lucht ondanks de sterke toename van het autoverkeer in 2015 alsnog aan de EU-norm voor NO2 zou voldoen.

Hoe de statistieken door de gemeente Utrecht eenvoudig worden aangepast aan wat het publiek en de rechtbank moet worden wijsgemaakt blijkt bijvoorbeeld uit de ‘Rapportage CO2-uitstoot mobiliteit Utrecht 2010‘ . Vóór 2006 zouden lichte voertuigen samen dagelijks 4.138.499 km in de stad afleggen. Dat levert natuurlijk niet alleen een enorme uitstoot op aan CO2, maar ook aan NO2. En dus besloot de gemeente dat aantal, ondanks de groei van het autoverkeer, voor 2010 te stellen op nog maar 2.605.608. Dat zou het beslist makkelijker maken, althans op papier, niet alleen in 2015 aan de NO2-norm te voldoen, maar ook in 2030 een klimaatneutrale stad te worden. Zie onderstaande aan de Rapportage ontleende tabellen.

CO2 uitstoot 2006 en 2010

In 2011 kwam de Rekenkamer tot de conclusie dat het effect van al die wonderbaarlijke maatregelen niet kon worden aangetoond én dat de gemeente ook geen moeite wenste te doen om te onderzoeken of de door de gemeente genomen maatregelen uberhaupt effect hadden gehad. Kortom, de bedoeling van het Utrechtse luchtkwaliteitsbeleid en van die 75 miljoen was en is niet om de lucht schoner te maken, maar om het publiek en de rechtbank wijs te maken dat er best nog meer autoverkeer bij kan en dat het stationsgebied dus vol gebouwd kan worden en de invalswegen verbreed, waardoor de lucht nog net zo smerig en ongezond is als in 2005.

De invoering van de milieuzone voor personen- en bestelwagens is ook niet bedoeld om de lucht schoner te maken, maar om het WTC, de megabioscoop en de nieuwe ondergrondse parkeervoorziening (60 miljoen) te kunnen bouwen. Die parkeervoorziening is volgens raadslid Peter van Corler (die in 2006 al voor GroenLinks in de raad zat, de partij die destijds zowel met de fly-over 24 Oktoberplein als het structuurplan stationsgebied akkoord ging) nodig omdat de gemeente anders de grond niet kan verkopen aan projectontwikkelaars die er kantoren willen bouwen. Ook de milieuzone voor personen- en bestelwagens wordt door de gemeente gebruikt om te “salderen”: het effect daarvan zou voldoende zijn om de extra NO2-uitstoot te compenseren die het gevolg is van de bouw van het WTC, de megabioscoop, de parkeergarage Jaarbeursplein. Inmiddels is gebleken dat het effect in de milieuzone (naar het effect daarbuiten is geen onderzoek gedaan!) na een jaar miliieuzone niet kon worden aangetoond en dat de NO2-norm in 2015 nog steeds wordt overschreden. Het ouwe liedje dus.

Actieplannen, maatregelen en onderzoek hebben in de gemeente Utrecht niet de bedoeling de lucht schoner te maken, maar moeten ervoor zorgen dat de gemeente de lucht juist vuil en ongezond kan blijven maken door plannen te realiseren die veel extra autoverkeer genereren. De “ruimtelijke ontwikkeling” en de autobereikbaarheid van het stationsgebied zijn voor het college en de gemeenteraad veel en veel belangrijker dan schone lucht en gezondheid. Zó belangrijk dat de gemeente er 75 miljoen voor over heeft om het publiek en de rechtbank wijs te maken dat de gemeente er alles aan doet om de lucht schoon te maken. Geen wonder dat de gemeente er niet de minste behoefte aan heeft het effect van die 75 miljoen te beoordelen, althans niet in termen van schone lucht en afname van het aantal door luchtverontreiniging veroorzaakte sterfgevallen en gevallen van astma en copd. Dat interesseert het college en de gemeenteraad immers niets.

Een interessante vraag is tenslotte: waarom doet de gemeenteraad niets tegen al die misleiding en de verspilling van 75 miljoen? Weet de gemeenteraad dat dan allemaal niet. Het antwoord is: voor zover leden van de gemeenteraad het niet weten, willen ze het ook niet weten. De Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht houdt de gemeenteraad sinds haar oprichting in 2005 nauwkeurig op de hoogte van alles wat er niet deugt in de actieplannen en luchtrapportages van de gemeente, maar daar is het gros van de politieke partijen helemaal niet van gediend. In dat opzicht is er geen enkel verschil tussen de VVD, CDA, GroenLinks, D66, CU en PvdA. Onze volksvertegenwoordiging ziet het in grote meerderheid niet als haar taak het volk te vertegenwoordigen en het belang van de volksgezondheid te behartigen. Zij ziet het als haar taak het gemeentelijk wanbeleid en de enorme verspilling van belastinggeld aan het volk te verkopen met hypocriete verhalen over schone lucht en gezondheid.

TNO: milieuzone Utrecht geen aantoonbaar effect

Leugens over het effect van de milieuzone

pleitbezorgers
           Voorstemmers en pleitbezorgers van de mislukte milieuzone

 dertig procent  schoner

Op 26 maart 2016 bracht TNO rapport uit over het effect van de Utrechtse milieuzone. * Op p.7 staat dat het effect op de emissies van stikstofoxiden verwaarloosbaar is. Op p. 7. (samenvatting) en op p. 41 staat dat de afname van de concentratie EC die niet aan de milieuzone kan worden toegerekend. Kortom: 10 miljoen euro over de balk gegooid, 11.000 boetes voor niets en een heleboel autobezitters uit Utrecht e.o. op hoge kosten gejaagd omdat die hun auto voor niets naar de sloop hebben gebracht.

De schade die GroenLinks, D66, PvdA en CU hebben aangericht door op 31-10-2013 vóór de milieuzone personenwagens te stemmen is dat ze het draagvlak voor een serieus luchtverontreinigingsbeleid hebben verpest. Het is toch al moeilijk om mensen ervan te overtuigen dat ze vaker hun auto moeten laten staan, daar hoef je dus nu in Utrecht helemaal niet meer mee aan te komen. Zeker niet bij al die mensen die nodeloos op de bon zijn geslingerd en nodeloos hun auto naar de sloop hebben kunnen brengen.

De schade die GroenLinks, D66, PvdA en CU ook hebben aangericht is dat zij het college een argument hebben verschaft om niets te hoeven doen om het autoverkeer terug te dringen in de stad. Immers, de milieuzone zou wel genoeg zijn (0,11 microgram/m3 NO2 !) om aan de norm van 40 microgram/m3 NO2 te voldoen. En dus doet de gemeente niets om het autoverkeer te doseren dat ’s ochtends de stad in komt, gaat de gemeente vrolijk verder om een parkeervoorziening te bouwen bij het station (60 miljoen), plannen te maken om een snelweg aan te leggen langs de flats in Overvecht en doet de gemeente niets om het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad terug te dringen (een melkkoe voor de gemeente).

De SSLU heeft het de voorstanders van de milieuzone, waaronder ook Milieudefensie, wel vaker bitter verweten: de luchtkwaliteit in Utrecht heeft met zulke ‘voorvechters’ van schone lucht bepaald geen vijanden nodig. Het zijn GroenLinks, D66, PvdA, CU en Milieudefensie, zogenaamd strijders voor een betere luchtkwaliteit, die er door hun steun aan de milieuzone voor hebben gezorgd dat de lucht in Utrecht niet schoner wordt en dat er dus nog steeds honderden Utrechters per jaar voortijdig overlijden en duizenden Utrechters last hebben van astma en copd.

Nadat TNO een jaar na het invoeren ervan tot de conclusie moest komen dat het effect van de milieuzone niet kon worden aangetoond, niet voor NO2 en ook niet voor EC (roet), durfde GroenLinks-wethouder nog steeds te beweren “Het verschil is gigantisch” (AD 28-10-2015). DUIC 28-10-2015 meldde “Milieuwethouder Lot van Hooijdonk is nog altijd zeer te spreken over de milieuzone”.

Ook GroenLinks raadslid Thijs Weistra beweerde (19 mei 2016) volstrekt in strijd met wat er in het TNO-rapport van 25 maart 2016 staat dat de effectmeting zou hebben aangetoond dat het lichte wegverkeer stoot na invoering van de milieuzone bijna 30 procent minder roet uit. Dat stond er dus niet. Er stond juist (p. 41) dat het effect van de milieuzone op de concentratie EC in het geheel niet kon worden aangetoond.

Wisten Lot van Hooijdonk en Thijs Weistra niet wat er in het TNO-rapport stond? Natuurlijk wisten ze dat wel, maar toegeven dat GroenLinks in hoge mate verantwoordelijk is (zowel de vorige als de huidige wethouder hebben zich er sterk voor gemaakt) voor het debacle van de milieuzone en het niet schoner worden van de lucht is natuurlijk heel moeilijk. En dus kiezen Van Hooijdonk en Weistra ervoor om over het TNO-rapport te liegen. Gezondheid is kennelijk minder belangrijk dan het politiek prestige van GroenLinks.

Wisten Frits Lintmeijer, Peter Corler, Ruben Post, Jan Wijmenga, Bram Fokke, Thijs Weistra, Monique Bollen, Lot van Hooijdonk, dr. Anne Knol en Ivo Stumpe en al die ander pleitbezorgers van de milieuzone dan niet dat die geen enkel effect zou hebben? Dat is volstrekt ondenkbaar want als je de rapporten leest die TNO en RoyalHaskoningDHV voor veel geld bij elkaar geschreven hebben en je denkt een beetje na over de kritiek op die rapporten dan kan je niet tot andere conclusies.

Anne Knol van Milieudefensie, Ivo Stumpe, Frist Lintmeijer, Lot van Hooijdonk, Monique Bollen, stuk voor stuk hebben ze geweigerd met de SSLU in debat te gaan over de milieuzone.  Veel te riskant. Ze wisten en ze weten namelijk heel goed dat de milieuzone zoals die door de raad is vastgesteld op 3 en 31 oktober 2013 geen enkel effect zou hebben en dat hun ongelijk in een debat voor iedereen zou komen vast te staan.

Karl Popper waarschuwde voor ideologische wereldverbeteraars omdat zij de wereld tot een hel maken. Ze vinden hun eigen politieke stokpaardjes namen veel belangrijker dan de mensen en het milieu waar zij voor beweren op te komen. Die politieke stokpaardjes hebben ze nodig om carrière te maken. Schone lucht en volksgezondheid interesseert ze niets, anders hadden ze de moeite genomen erover na te denken en kritiek in overweging te nemen.

* TNO. Effectmeting milieuzone personen- en bestelverkeer in Utrecht, TNO 2016 R10230

Milieuzone om het stationsgebied vol te kunnen bouwen

Toen 10 jaar geleden gemeenten en bouwend nederland erachter kwamen dat in 2005 aan de fijnstofnorm had moeten worden voldaan (waartoe in 1999 in de EU besloten was) stak er een storm van protest op. Wethouders van stinksteden klaagden dat door de strenge EU-normen de stad “op slot” dreigde te gaan. Actiegroepen voor schone lucht hadden namelijk bij de Raad van State gedaan gekregen dat er een streep werd gehaald door bouw- en asfaltprojecten die tot een verdere overschrijding zouden leiden van de EU-normen.

Terwijl actiegroepen en Milieudefensie (in 2005 nog wel) erop aandrongen een eind te maken aan de heilloze toename van het autoverkeer, pleitten gemeentebesturen, de bovag en bouwend nederland voor “bronmaatregelen”: fabrikanten verplichten om “schonere” auto’s te maken. Logisch, want dan hoefde de stad niet “op slot” en konden bouw- en asfaltprojecten die meer autoverkeer zouden genereren (bijv. parkeergarages midden in de stad en bredere wegen naar stadscentrum) gewoon doorgaan.

Luchtkwaliteitsdeskundigen van het rijk, gemeenten en adviesbureaus bedachten nog iets anders: salderen. Dat betekent dat de (extra) overschrijding van de norm die je krijgt op wegen naar en in het stationsgebied door dat vol te bouwen met kantoren en parkeervoorziening gecompenseerd mogen worden met maatregelen die tegelijk genomen worden. Eind 2006 werd het structuurplan stationsgebied utrecht vastgesteld. Dat voorzag in een toevoeging van 415.755 m2 functies. Dat zou uiteraard veel extra verkeer aantrekken en veel extra luchtverontreiniging veroorzaken.

programma stationsgebied

Zoals bekend moest in 2010 overal aan de NO2-norm worden voldaan. De gemeente had berekend dat door de toevoeging van al die extra functies zoveel extra verkeer zou ontstaan dat daardoor ook in 2015 nog onmogelijk aan de NO2-norm zou kunnen worden voldaan. De deskundigen van de gemeente bedachten toen twee tovermaatregelen: milieuzone vrachtwagens en schone bussen. We hebben het nu dus over 2007. Die twee tovermaatregelen zouden zo effectief zijn dat ze ruimschoots zouden opwegen tegen de extra luchtverontreiniging die zou ontstaan door het stationsgebied vol te bouwen.

Arcadis. 6 juni 2008

Zoals bekend werd de NO2-norm in 2010 niet gehaald. In 2008 werd uitstel gevraagd aan de EU (‘derogatie’). Dat uitstel werd verleend tot 2015. De Rekenkamer van de gemeente had in 2011 het rapport “Geen vuiltje aan de lucht uitgebracht” en daarin stond dat het zeer twijfelachtig was of in 2015 alsnog aan de NO2 norm zou kunnen worden voldaan. Want de maatregelen die de gemeente genomen had, daarvan stond allerminst vast dat die effect hadden gehad. Dat had de gemeente ook nooit onderzocht, want de gemeente vond dat zij niet verantwoordelijk was voor het behalen van het effect op de luchtkwaliteit. (p. 21 Hoofdrapport).

De twee maatregelen die de Rekenkamer aan een onderzoek onderworpen had waren milieuzone voor vrachtverkeer en schone bussen en van beide maatregelen viel volgens de Rekenkamer het effect nogal tegen. Voor de gemeente hadden beide maatregelen echter hun vruchten afgeworpen: ze hadden de gemeente geholpen de rechter en de Afdeling bestuursrechtspraak ervan te overtuigen dat de extra overschrijding door de ambitieuze stationsplannen ruimschoots zouden worden gecompenseerd zodat die doorgang konden vinden.

Met het Rekenkamerrapport 2011 was het college niet zo blij, want daarin stond immers dat in 2015 waarschijnlijk nog steeds niet aan de NO2-norm zou worden voldaan. Daar maakte de Rekenkamer zich terecht zorgen over, zoals zou blijken uit het rapport ‘Regio in beweging’ 2013. Dat voorspelde een ‘zeer forse groei‘ van het autoverkeer en een ‘extreme ontwikkeling in een gebied dat toch al overbelast is’, namelijk het stationsgebied. De gemeente was één van de opstellers. Onderstaande grafiek staat op p. 18.

grafiek regio in beweging p18

Toen het in 2012 tot wethouder Frits Lintmeijer (GroenLinks) doordrong dat er toch echt iets moest gebeuren omdat anders in 2015 weer niet aan de NO2-norm zou worden voldaan bedacht hij: die milieuzone en die schone bussen hebben de gemeente in 2007 zo mooi uit de brand geholpen, waarom doen we dat niet weer? En dus mocht TNO  opdraven om samen met RoyalHaskoningDHV een plan te maken waarmee het publiek én de rechtbank én de Afdeling bestuursrechtspraak ervan konden worden overtuigd dat de gemeente er echt alles aan deed om van Utrecht een gezonde stad te maken zodat de ambitieuze stationsplannen geen gevaar zouden lopen.

De gemeenteraad stelde het plan ‘Gezonde lucht voor Utrecht’ in oktober 2013 vast. De bussen zouden zoveel mogelijk worden vervangen door nóg schonere bussen en de milieuzone vrachtwagens, daar zouden nu ook geen ‘vieze’ personenwagens en bestelwagens meer mogen komen.  Het resultaat is inmiddels bekend. We zijn inmiddels 11.000 boetes en 10 miljoen euro verder en uit de effectmeting door TNO, die toch erg zijn best heeft gedaan er een succes van te maken, blijkt dat er na een jaar geen effect kan worden aangetoond. Niet wat betreft NO2 en ook niet wat betreft EC.

Sommige geitenharen sokken figuren en andere naïeve geesten begrijpen niet waarom de SSLU zo kritisch is over die milieuzone. Okay, die hele vieze diesels Euro 3 mogen er nog steeds in. Okay, de milieuzone is inderdaad wel erg klein zodat alle vieze auto’s er omheen rijden en de bewoners langs de stadsring extra roet bezorgen. Okay, de gemeente heeft er voor gezorgd dat 3200 vieze auto’s vlakbij het stadskantoor en de Jaarbeurs kunnen blijven parkeren en dat valt natuurlijk ook niet goed te praten. Maat het is toch een begin (0,11 microgram/m3 NO2). Die naïeve geesten zijn kennelijk vergeten hoe het met de milieuzone vrachtverkeer ging of ze hebben zich er nooit in willen verdiepen want er zijn ook milieuorganisaties en groene partijen die het juist wel een goed idee vinden.

Coen Teulings (ex baas van het CPB en nu hoogleraar in Cambridge en Amsterdam) wees er in de NRC van 20-10-2015 terecht op dat het nauwelijks meer mogelijk was de techniek van automotoren nóg meer te verbeteren na wat daar in de 80 en 90-er jaren al mee bereikt was. Hoe schoner je auto’s maakt hoe moeilijker het is om ze nóg schoner te maken. Dat begrepen de overheid en bouwend nederland natuurlijk ook wel, maar of iets waar is of niet speelt in politiek geen rol. Het gaat erom wat je het volk en politici kan wijsmaken.

In 2009 kwam de Algemene Rekenkamer met het rapport “Milieueffecten wegverkeer”, waarin werd aanbevolen om toch vooral het aantal autokilometers terug te dringen. Onder andere door rekeningrijden. Niet alleen met het oog op schone lucht, maar ook met het oog op de noodzaak om de uitstoot van CO2 (klimaat!) te beperken. Het rapport werd ter zijde geschoven, want dat was natuurlijk niet wat gemeentebesturen, de bovag en bouwend nederland wilden horen.

In de discussie over de milieuzone speelt de noodzaak om de uitstoot van CO2 de verminderen vreemd genoeg geen enkele rol. Het autoverkeer is in grote steden goed voor pakweg 40% van de CO2-uitstoot. Doordat de milieuzone door gemeentebesturen en bouwend nederland wordt aangegrepen om niets tegen de groei van het autoverkeer te hoeven doen en rustig door te kunnen gaan met de aanleg van grote parkeer- en autoverkeer aantrekkende voorzieningen is de impact van de milieuzone dus bijzonder klimaatonvriendelijk.

Wat in september 2015 als groot nieuws werd gebracht, namelijk dat autofabrikanten sjoemelsoftware gebruiken om de normen te ontduiken en dat er een groot verschil is tussen wat auto’s op de rollentestbank (en volgens hun euroklasse) vervuilen en wat ze in werkelijkheid in het verkeer vervuilen, was al jaren bij de deskundigen van adviesbureaus, gemeenten én Milieudefensie bekend, maar weerhield hen er niet van de milieuzone aan te prijzen als een effectieve maatregel. Volgens Van Hooijdonk, wethouder GroenLinks in Utrecht, zou de lucht er wel 30% schoner van worden.

Zoals te verwachten viel blijkt het effect van de milieuzone die in mei 2015 in Utrecht werd ingevoerd zo gering dat ie niet door metingen is vast te stellen. Van Hooijdonk besloot echter net zo lang door te gaan met meten en monitoren totdat er wél van een waarneembaar verschil sprake zou zijn. Zulks ondanks het feit dat de TNO-berekeningen van het te verwachte effect niet anders deden verwachten, wat bevestigt dat de milieuzone als een symboolmaatregel was bedoeld om het autoverkeer niet te hoeven terugdringen.

Marx betoogde in het communistisch manifest dat de overheid slechts de belangen dient van het kapitaal. In dit geval dus bouwend nederland, de asfaltindustrie en vooral ook de gemeenten die flink aan stijgende grondprijzen in het stadscentrum verdienen. In een vlaag van goede wil besloot de nederlandse overheid (minister Pronk) in 1999 akkoord te gaan met EU-normen voor schone lucht. Toen men zich in 2005 realiseerde dat het autoverkeer verminderd moest worden werd de milieuzone bedacht om dat niet te hoeven doen.

Milieuclubs als Milieudefensie en politieke partijen als GroenLinks die zich nu een groot voorstander betonen van de milieuzone zouden zich moeten schamen. Aanvankelijk gingen ook zij voor het terugdringen van de auto. Niet alleen vanwege de vieze lucht en lawaai, maar ook om de CO2 uitstoot, de verkeersveiligheid en omdat de groei van het autoverkeer een verwoestende werking heeft op de stad.

Inmiddels hebben Milieudefensie en GroenLinks zich voor het karretje laten spannen van bouwend nederland, de asfaltindustrie en de auto industrie (laat maar zeggen het kapitaal) door zich het vuur uit de sloffen te lopen voor de milieuzone die (a) de lucht niet merkbaar schoner maakt, (b) door de overheid als maatregel wordt gebruikt om niets tegen de groei van het autoverkeer te hoeven doen. Naomi Klein zei het al in This changes everything: het zijn meestal de gevestigde milieuorganisaties die werkelijke verandering tegenwerken. (*)

* De verklaring is waarschijnlijk dat zodra actiegroepen en politieke partijen invloed krijgen ze aantrekkelijk worden voor baantjesjagers die tot elk compromis bereid zijn als ze in de macht mogen delen.