College Utrecht danst naar de pijpen van Eneco

Naomi Klein brak in haar boek No Time (2014) een lans voor kleinschalige energie voorzieningen, omdat die te beheren en te controleren zijn door een lokaal bestuur waarbij de plaatselijke bevolking nog wat te zeggen heeft. Die zou bijvoorbeeld kunnen beslissen alleen energie (en warmte) te leveren die niet wordt opgewekt door steenkool en niet door bomen en bossen (‘biomassa’) als brandstof te gebruiken.

NUON, voortgekomen uit provinciale bedrijven, is inmiddels eigendom van de multinational Vattenfall. Eneco, eigendom van een groot aantal Nederlandse gemeenten, is op zoek naar een koper. Shell heeft zich al gemeld. Kortom, het grote geld maakt ook in de energiesector de dienst uit, de energieconsument en de lokale bevolking hebben steeds minder te zeggen maar draaien wel op voor de kosten van de zogenaamde energietransitie.

Grote spelers in de markt als Eneco en  Vattenfall lopen de deur plat bij ministeries en de EU en weten de regelgeving (en de subsidiepot!) naar hun hand te zetten. De vermarkting van nutsbedrijven heeft monsters gebaard. Zo heeft de energielobby het voor elkaar gekregen dat ze hout (bomen) als brandstof mogen gebruiken zonder de extra CO2 die daardoor wordt uitgestoten mee te hoeven rekenen bij de CO2-uitstoot van hun energieproductie. En ze krijgen er nog subsidie voor ook.

De productie van elektriciteit gaat vaak samen met die van warmte doordat elektriciteit vaak wordt gegenereerd met stoomturbines: water wordt met gas of kolen verhit en de stoom die daardoor vrijkomt wordt gebruikt om turbines aan te drijven. Een als je dan toch water aan het verhitten bent, dan kan je dat ook doen voor de stadsverwarming. Van “restwarmte” is echter nauwelijks sprake. Of je gebruikt het hete water voor de turbines of je gebruikt het voor de stads­verwarming.

Eneco wil ons echter doen geloven dat het hete water voor de stadsverwar­ming vrij komt en overblijft (vandaar “restwarmte”) bij de productie van elektriciteit op Lage Weide. Dat is ook nog eens niet waar omdat veel van de in Utrecht gebruikte elektriciteit afkomstig is niet van de gas gestookte centrales op Lage Weide maar van kolencentrales in en buiten Nederland omdat kolen al jaren goedkoper zijn dan gas.

Eneco wil zoveel mogelijk woningen en kantoren op de stadsverwarming aansluiten. En dus beweert Eneco dat stadsverwarming duurzaam is, want een rendement heeft van meer dan 125%. Wat natuurlijk onzin is. Stop je er aan de ene kant 1 miljoen Megawattuur in aan gas, dan komt er aan de andere kant heus geen 1,25 miljoen Megawattuur uit in de vorm van elektra en of warmte. Je mag blij zijn als er een ren­dement wordt gehaald van pakweg 70%.

Een hele slechte zaak is dat dat rendement van 125% van de stads­verwarming (jarenlang werd zelfs van 177% uitgegaan) wel van de gemeente Utrecht als vaststaand mag worden aangenomen bij de bere­ke­ning van de energieprestatie van nieuw te bouwen woningen. Dat betekent namelijk dat aan de wettelijke energieprestatienorm kan worden voldaan zon­der allerlei noodzakelijke isolatie en dat er in de praktijk van duurzame woningen en van vermindering van CO2 uitstoot weinig of niets terecht komt.

Het college van de gemeente Utrecht stelt zich op het standpunt dat als Eneco roept dat de stadsverwar­ming een rendement heeft van 125%, dat dan ook zo is. Volgens de regelgeving echter moet het college controleren of die 125% klopt en wel of niet akkoord gaan, maar dat vindt het college al jaren teveel werk. Of nieuwe woningen die op de stadsverwarming zijn of worden aangesloten aan de eisen van energieprestatie voldaan is dus zeer de vraag, waar­schijnlijk is dat niet zo. Met dank dus aan het college dat daar niet op toe wil zien.

Volgens het college is het genoeg dat de door Eneco zelf opgestelde “kwaliteitsverklaring” is geregistreerd bij het Bureau CRG (Controle en Registratie Gelijkwaardigheidsverklaringen). Dat Bureau CRG is echter een particuliere club en de controle en registratie heeft juridisch geen enkele waarde. Op de website van dat bureau staat dan ook terecht dat de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor het accepteren van een kwaliteitsverklaring. Zeker nu het gaat om een door Eneco zelf beweerd onwaarschijnlijk rendement van meer dan 125% behoort het college dat niet voor zoete koek te slikken.

Voorlopig blijft de stadsverwarming afhankelijk van gas en (voor 20%) van het opstoken van bos. Het valt niet in te zien waarom dat duurzamer zou zijn dan de HR cv-ketel. Integendeel: bij het transport van heet water door het warmtenet gaat enorm veel warmte verloren en de druk die nodig is om het hete water door het fijn vertakte warmtenet (met veel haakse bochten!) te persen vergt heel veel energie. En dan hebben we het nog niet over de kosten en de energie die nodig zijn om dat warmtenet aan te leggen en onderhouden.

Dat burgers zich afvragen waarom ze eigenlijk van het gas af moeten, terwijl het alternatief, de stadsverwarming, minstens de komende 10 jaar grotendeels van gas afhankelijk blijft en door transportverliezen helemaal niet duurzamer is, ligt voor de hand. Ze hebben gelijk. Ze worden met extra kosten opgezadeld terwijl er van verduurzaming geen sprake is. Onder het mom van duurzaamheid behartigt het college Utrecht de belangen van multinational Eneco door het bedrijf aan een warmtemonopolie te helpen waardoor het voor de levering van warmte kan gaan vragen wat het wil.

 

Vrijwilligers gezocht

De SSLU zet zich sinds 2005 in voor schone lucht in Utrecht. Dat doen we door voorlichting, het informeren van raadsleden en als het moet door het maken van bezwaar en het instellen van beroep tegen plannen/besluiten van de gemeente die slecht zijn voor de luchtkwaliteit: voor de gezondheid, het milieu en het klimaat.

De luchtkwaliteit wordt niet alleen verslechterd door teveel auto- en vrachtverkeer (en bromfietsen) in de stad, maar steeds meer ook door houtrook en de uitstoot van teveel CO2. De SSLU heeft daarom ook actie gevoerd tegen de biomassainstallatie van de Eneco. De SSLU is ook een tegenstander van de uitbreiding van de stadsverwarming, omdat die erg energie-onzuinig is en gebruikers van de stadsverwarming afhankelijk maakt van een leverancier waarop ook de gemeente geen enkele invloed heeft.

Wij zoeken vrijwilligers die mee willen denken, ook vrijwilligers die eventueel in het bestuur van de stichting willen zitten. Wij zoeken mensen die tegen houtrook, tegen energieverspilling en tegen teveel autoverkeer in de stad zijn.

Wie belangstelling heeft: stuur een mailtje naar stopluchtverontreiniging@gmail.com of bel op (06 45 172 472 Kees van Oosten)

CO2-uitstoot in Utrecht interesseert de gemeente niet

Naar aanleiding van een bericht in de DUIC over 550 vrachtwagens die 5,6 miljoen liter beton zouden aanvoeren voor de bouw van de Galaxy tower op de Croeselaan, deed de SSLU een wob-verzoek om inzage te vragen in documenten waaruit blijkt:

  • dat bij de berekening van de jaarlijkse CO2-uitstoot in Utrecht rekening is gehouden met de productie van die 5,6 miljoen liter beton en andere bouwmaterialen (staal, glas e.d.) voor de Galaxy-tower en meer in het algemeen met  bouwmaterialen voor de realisering van alle nieuwbouw in het stationsgebied.
  • dat bij de berekening van de jaarlijkse CO2-uitstoot (en de uitstoot van NO2 en fijnstof) rekening is gehouden met het transport van bouwmaterialen en bouwinstallaties van en naar bouwlocaties in het stationsgebied.
  • dat bij de berekening van de te verwachte CO2-uitstoot rekening is gehouden met werkzaamheden en bouwmaterialen die gebruikt worden bij de aanleg van de opgewaardeerde NRU (langs Overvecht)
  • dat de CO2 uitstoot i.v.m. bouwmaterialen in het stationsgebied worden meegenomen bij het bewaken van de klimaatdoelstelling: in 2020 een reductie van de uitstoot van CO2 van 25% t.o.v. de uitstoot in 1990.

Uit het wob-besluit van 27 maart 2019 blijkt dat de gevraagde documenten er niet zijn. Het besluit voegt ter toelichting nog toe; de CO2-uitstoot door langzaam verkeer, trein, tram, bouwmachines is niet bekend en wordt niet meegerekend. Hetzelfde geldt voor het maken van producten, bouwwerken, vliegreizen van Utrechters, voedsel e.d.

Over de klimaatdoelstelling reductie van 25% in 2020 t.o.v. de CO2-uitstoot in 1990 staat in het wob-besluit dat die niet in het college akkoord staat. Een merkwaardig argument. De rechter heeft in de Urgenda zaak bepaald dat de overheid onrechtmatig handelt als zij er niet voor zorgt dat de CO2-uitstoot in 2020 met 25% is gedaald t.o.v. 1990.  Die opgave geldt uiteraard niet alleen voor de rijksoverheid, maar ook voor de lokale overheid en dus ook voor de gemeente Utrecht.

Hoe serieus de gemeente Utrecht de noodzaak neemt de CO2-uitstoot terug te dringen blijkt uit het wob-besluit. Namelijk niet. Zeer relevante gegevens die voor de berekening van de CO2-uitstoot nodig zijn worden niet bijgehouden en of de CO2-uitstoot in 2020 met 25% t.o.v. 1990 zal zijn teruggedrongen is een vraag die de gemeente Utrecht kennelijk niet bezighoudt.

Beroep ivm omgevingsvergunning Galaxy tower

Samen met de Klimaatpartij heeft de SSLU beroep ingesteld ivm de verleende omgevingsvergunning voor de Galaxy tower waarvan inmiddels de fundering gelegd is.

Het beroep is ingesteld omdat de gemeente naar het oordeel van SSLU/Klimaatpartij niet akkoord had kunnen gaan met de Energieprestatie berekening (EPC). Het gebouw draagt ten onrechte het predicaat klimaatvriendelijk.

Dat de EPC-berekening zo gunstig uitvalt komt vooral omdat voor de aansluiting op de stadsverwarming een te hoge energiebesparing is gerekend. Volgens de omgevingsvergunning mocht worden gerekend met een rendement van de stadsverwarming van minimaal 125%.

Op 15 april om 11.00 uur buigt de rechtbank zich over het beroep.

Voor geïnteresseerden:

brief aan rechtbank 24-3-2019. utr 19-452 CHWA V8 (Galaxy tower)

Schoonrekenen in Utrecht, nu ook met CO2.

In 2010 moest aan de NO2-norm voldaan worden, in 2016 waren er nog steeds overschrijdingen. Met CO2 gaat het net zo.

Nadat de gemeente Utrecht jarenlang de lucht schoonrekende, rekent de gemeente nu ook de uitstoot van CO2 omlaag. Alles om te zorgen dat de stad volgebouwd kan worden en het autoverkeer geen strobreed in de weg hoeft te worden gelegd. De grootste collegepartij GroenLinks is één van de grote pleitbezorgers van de nieuwe snelweg tussen de A2 en de A27 langs Overvecht waardoor het doorgaand verkeer langs Overvecht verdubbelt en ruim 1000 bomen moeten worden gekapt.

Om de uitstoot van CO2 in en door de gemeente Utrecht te berekenen neemt de gemeente alleen het verbruik van gas en elektra mee en het aantal gereden autokilometers per dag. Voor 2006 berekende de gemeente 4.284.272  autokilometers per dag, voor het jaar 2015 kwam de gemeente uit op 2.776.581 per dag. Over schoonrekenen gesproken. Wat wijselijk niet in de berekening wordt meegenomen is de CO2-uitstoot die nodig is om bouwmaterialen te produceren en te vervoeren die nodig zijn om Utrecht vol te bouwen: beton, stenen, glas, staal, kunstofkozijnen e.d. Die komen van buiten Utrecht. Utrecht is een snel bouwende stad. De CO2-uitstoot in Utrecht neemt niet af, maar juist toe. Burgers worden op hoge kosten gejaagd voor isolatie en de overgang van gas naar elektra, maar de gemeente zelf gooit er wat de CO2-uitstoot betreft een schepje bovenop: meer bouwen en meer verkeer.

Hoe ging het ook al weer met de luchtkwaliteit?
In 2016 werd volgens de Monitoringsrapportage Lucht 2017 van de gemeente (p.5) in Utrecht nog steeds niet aan de NO2-norm voldaan, terwijl dat volgens de Europese regelgeving (Richtlijn 1999/30) uiterlijk in 2010 het geval had moeten zijn. In 2009 werd door de EU uitstel verleend op voorwaarde dat in 2015 als nog aan de norm zou wor­den voldaan. Maar ook in 2015 werd dus nog steeds niet aan de norm voldaan.

Wat de wanprestatie van de gemeente Utrecht zo opmerkelijk maakt is dat we in 2008 met een economische crisis te maken kregen die jaren heeft geduurd, waardoor met name het vrachtverkeer afnam. De NOx-emissies namen daardoor met 8% af, wat het halen van de norm in 2010 een stuk makkelijker maakte. [1]  Daar komt nog bij dat de NO2-concentratie  aanvankelijk berekend moest worden op 1,5 meter van de rand van de weg en naderhand, door versoepeling van de regelgeving,  op 10 meter van de rand van de weg.  Bij een drukke weg scheelt dat al gauw 5 microgram/m3 NO2. Dat maakt het ook al makkelijker om aan de norm te voldoen.

Wat heeft dan gemaakt dat de gemeente Utrecht er ondanks deze twee grote meevallers nog steeds niet in slaagde in 2015 aan de NO2-norm te voldoen? Het antwoord is: in de periode 2001-2006 werden plannen voorbereid om het Stationsgebied aan te pakken, wat volgens het eind 2006 vastgestelde Structuurplan Stationsgebied een toevoeging inhield van 45.000 m2 winkelruimte, 70.000m2 leisure, 240.000 m2 kantoren, 35.000 m2 cultuur, 29.000 m2 hotel, 8.800 m2 horeca, 1000 woningen en ca. 6000 parkeerplaatsen. Toen dat structuurplan werd vastgesteld wisten het college en de gemeenteraad dat als gevolg daarvan de NO2-norm ook in 2015 niet zou worden gehaald.[2]

Met andere woorden: het gemeentebestuur besloot eind 2006 de herontwikkeling van het Stationsgebied belangrijker te vinden dan het tijdig aan de NO2-normen voldoen en bleef dat ook in de jaren daarna belangrijker vinden en vindt dat nog steeds belangrijker. Dat er nog in 2015 sprake was van een overschrijding is dus simpelweg het gevolg van een keuze van het gemeentebestuur: de keuze om zich er door de EU-regelgeving niet van te laten weerhouden het Stationsgebied  grootschalig te herontwikkelen.

In het mede door de gemeente Utrecht opgestelde “Regio in beweging” (2013) stond over de automobiliteit van en naar het Stationsgebied “De verwachte ontwikkeling van de automobiliteit in heel Nederland valt erbij in het niet. Ook als de daadwerkelijke ontwikkelingen minder fors blijken te zijn dan in deze prognoses is er nog sprake van een extreme ontwikkeling en dat in een gebied dat nu al overbelast is” (p.23) Daar werd eind 2006 dus door het gemeentebestuur van Utrecht welbewust voor gekozen bij de vaststelling van de Structuurplan Stationsgebied.  Je aan de wet houden is mooi, schone en gezonde lucht is mooi, maar niet ten koste van de herontwikkeling van het Stationsgebied en niet ten koste van de groei van  het autoverkeer.

Klimaat neutraalrekenen
Recentelijk heeft de Klimaatpartij beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning voor het Galaxyhotel, een gebouw van 90 meter hoog met 317 woningen en 250 hotelkamers. Bij de aanvraag voor nieuwbouw moet een energie prestatie berekening (EPC) overgelegd worden. Daar wordt in de praktijk door de gemeente nauwelijks naar gekeken, met het gevolg dat die berekeningen de energieprestatie veel te gunstig voor kunnen stellen en dat de vergunning niettemin wordt verleend. In dit geval blijkt bij het narekenen dat de EPC ca. 80% hoger is dan het wettelijk maximum. Het gevolg is dat de toekomstige bewoners en gebruikers veel hogere energie­rekeningen krijgen en dat er 80% meer CO2 wordt uitgestoten dat door de aanvrager is berekend, wat neerkomt op ca 580 ton per jaar.

Bij nieuwbouw moet ook een milieu prestatie berekening (MPG) overgelegd worden om inzicht te geven in de energie/CO2 die nodig is geweest voor de productie en het transport van bouwmaterialen. Die MPG is niet overgelegd. Niettemin is de vergunning verleend.

Kortom, het gaat in Utrecht het klimaatberekeningen al net zo als met luchtkwaliteitsberekeningen: er moet hoe dan gebouwd worden ook als dat niet strookt met de milieuregelgeving.

[1]Recessie brengt halen van luchtdoelen dichterbij’ betoogden Robert Koelmeijer, Eric Driessen en Sonja Kruit­wagen van het Planbureau voor de Leefomgeving Tijdschrift Lucht nr.4  Augustus 2009
[2] Volgens de Luchtrap­por­tage Stationsgebied zouden er als gevolg van de stationsplannen (incl. maatregelen!) in 2015 nog overschrij­din­gen zijn: Kinglaan (47 µg/m3), Westplein (43 µg/m3), Daalsetunnel (43 µg/m3), Weerdsingel (45 µg/m3). In deze  vooruitberekening waren nog niet eens meegenomen de toe te voegen 240.000 m2 kantoor, de 45.000 m2 winkels, de 8.800 m2 horeca en de 29.000 m2 hotel.

Vriendjespolitiek: Holland Casino nog langer gedoogd

Bij toeval kwam de SSLU erachter dat aan Holland Casino op de Overste den Oudenlaan op 27 november 2017 een ‘gedoogverklaring’ is gestuurd. Die werd waarschijnlijk opzettelijk niet gepubliceerd, zodat daar geen bezwaar tegen gemaakt zou kunnen worden.

Holland Casino moest 29 november 2017 de locatie op de Overste den Oudenlaan ontruimen ivm het bestemmingsplan. Het betrof namelijk een voorlopige bestemming. Zou Holland Casino daar niet op 29 november 2017 vertrekken, dan zou er een illegale situatie ontstaan waartegen de gemeente handhavend had moeten optreden.

Omdat Holland Casino nog geen andere locatie had besloot het college Holland Casino nog een jaar of wat te gedogen: de illegale situatie door de vingers te zien. Dat mag, maar daar is een ‘gedoogbeschikking’ voor nodig en zo’n gedoogbeschikking moet gepubliceerd worden, zodat omwonenden en andere belanghebbenden daar bezwaar tegen kunnen maken.

Het college besloot echter Holland Casino stiekem te gedogen. D.w.z. zonder een beschikking te publiceren. Dat zou immers alleen maar de vraag kunnen oproepen: waarom wordt er niet tegen Holland Casino gehandhaafd? Tussen 2004 en 2013 was de vestiging van Holland Casino ook al illegaal en werd die door het college gedoogd. Een bijzonder lankmoedige en vriendschappelijke behandeling waar een gewone burger niet op hoeft te rekenen.

De SSLU had het college verzocht alsnog handhavend op te treden tegen de illegale vestiging van Holland Casino. Bij brief van 10 januari 2019 heeft het college dat geweigerd. Tegen die weigering heeft de SSLU bezwaar aangetekend.

Zie: bezwaarschrift gedogen Holland Casino OdO

Van Hooijdonk blijft over milieuzone liegen

Volgens GroenLinks-wethouder Van Hooijdonk in het AD van 5-1-18 heeft de invoering van de milieuzone in binnenstad/stationsgebied gezorgd voor een afname met 30% van de concentratie roet in de lucht. Van Hooijdonk liegt en blijft liegen over het effect van de milieuzone.

Volgens metingen van TNO (gerapporteerd 25-3-2016) kon de afname van de concentratie roet niet door metingen worden vastgesteld omdat die afname meerdere oorzaken kon hebben.

Collegebrief: verbetering luchtkwaliteit met sint juttemis

De meest schokkende informatie in de collegebrief Utrecht van 3 januari 2018 is:

– de norm voor NO2 (stikstofdioxide) werd in 2017 nog steeds overschreden

– de gemiddelde concentratie NO2 is sinds 2015 zelfs weer licht gestegen;

– het verkeer zal in 2030 nog steeds de grootste bron zal zijn voor luchtvervuiling;

– het college is niet van plan om iets te doen tegen de groei van het autoverkeer;

Om het geheugen op te frissen: in 1999 werd in de EU besloten dat in 2010 overal aan de norm voor NO2 zou worden voldaan. In 2006 beweerde de gemeente dat dat in 2010 zeker zou gaan lukken, maar werkte ondertussen aan een verzoek bij de EU om uitstel. Dat uitstel werd in 2008 gekregen onder de strikte voorwaarde dat in 2015 als nog aan de norm zou worden voldaan. In het jaar 2017 werd dus ook volgens zeggen van de gemeente nog steeds niet aan de norm voldaan.

Het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente Utrecht heeft sinds 2005 pakweg 70 miljoen gekost (kosten adviesbureaus, actieplannen, ambtelijke deskundigen, maatregelen waaronder  de milieuzone). Het effect van die 70 miljoen is nul komma nul, want de (geringe) daling die zich heeft voorgedaan qua NO2 en fijn stof is een landelijke trend. Die (geringe) daling zou zich dus ook hebben voorgedaan als de gemeente Utrecht geen cent had uitgegeven aan onderzoek, beleid en ambtenaren voor luchtkwaliteit.

In de collegebrief staan weer de gebruikelijke smoesjes om uit te leggen waarom het toch zo moeilijk is om in Utrecht aan de EU normen te voldoen: de meeste vervuiling zou van buiten de stad komen. Met andere woorden, het is allemaal niet de schuld van de gemeente maar van het rijk. De vraag is: waarom dan 70 miljoen over de balk gooien voor een gemeentelijk luchtkwaliteitsbeleid als niet de gemeente maar het rijk de problemen moet oplossen?

Het antwoord op die vraag is hoe vreemd het ook klinkt: het doel van het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente is helemaal niet het terugdringen van de luchtverontreiniging, maar het ontduiken van de EU-normen zodat die niet in de weg staan aan de ambities om de stad, met name het stationsgebied, tot en met de laatste vierkante meter groen vol te bouwen en te asfalteren. Projectontwikkelaars maken in Utrecht namelijk de dienst uit en de gemeente heeft zo gigantisch veel schulden gemaakt (ruim 1 miljard) dat elke stukje grond te gelde moet worden gemaakt.

Om projectontwikkelaars te verleiden in het stationsgebied te bouwen is het enorme parkeerterrein (p2 en p4) van de Jaarbeurs buiten de milieuzone gehouden, wordt er een ondergrondse parkeergarage gebouwd onder het Jaarbeursplein (60 miljoen), zijn/worden er tientallen miljoenen geïnvesteerd om de autobereikbaarheid stationsgebied/Jaarbeurs (fly-over 24 OP, Europaplein, Anne Frankplein, 5 Meiplein) krachtig te bevorderen.

Om ondanks alle extra luchtvervuiling van dien niets tegen de groei van het autoverkeer te hoeven doen en de autobereikbaarheid van het stadscentrum te kunnen bevorderen grijpt het college het middel van de milieuzone aan. Uit TNO onderzoek is gebleken dat de milieuzone geen noemenswaardig (“significant”) effect heeft en dat Utrechters die hun ouwe auto weg moesten doen dus nodeloos op kosten en in de gordijnen zijn gejaagd. De hoop van het college is nu gevestigd op versnelde invoering van elektrisch rijden, alsof er voor de opwekking van elektriciteit niet veel meer kolen- en houtgestookte elektriciteitscentrales zullen worden gebouwd met extra uitstoot van CO2 (klimaat) als gevolg.

De kern van de boodschap van de collegebrief is dat er niets aan dit rampzalige beleid gaat veranderen. Het college schrijft immers dat de luchtkwaliteit in 2030 verbeterd zal zijn. Met sint juttemis dus. Met het oog op de komende verkiezingen is het goed te bedenken dat GroenLinks sinds 2010 de wethouder heeft geleverd voor luchtkwaliteit. Eerst Frits Lintmeijer en vervolgens Lot van Hooijdonk.

De leugens van Lot van Hooijdonk over de milieuzone

Over de milieuzone voor bestel- en personenwagens in Utrecht, die niet veel groter is dan de binnenstad, beweerde wethouder Lot van Hooijdonk (GroenLinks) in het AD van 5-1-2018 dat die tot een ‘gigantische’ afname had gezorgd van de hoeveelheid roet. Ze wist er ook een percentage bij te noemen: 30%.


Bron: AD Utrecht 5-1-2018

Volgens het evaluatierapport van TNO 25 maart 2016 echter kon het positieve effect niet uit de verrichte metingen worden geconcludeerd. Het was namelijk dermate gering (1%) dat TNO dat “niet-significant” noemde. De kans bij een dergelijk miniem verschil is te groot dat het een kwestie is van toeval. Zie onderstaande uit het TNO-rapport gekopieerde tekst.

Over het effect van de milieurzone is veel te doen geweest: discussie in de gemeenteraad en rechtszaken tot aan de Raad van State. Het moet daarom uitgesloten worden geacht dat wethouder Lot van Hooijdonk geen kennis heeft van het TNO-rapport van 25 maart 2016 daar in haar opdracht is opgesteld. Wanneer Van Hooijdonk niettemin beweert dat de milieuzone tot een gigantische daling van de hoeveelheid roet heeft geleid, dan kan het niet anders zijn dan dat zij liegt.

Van Hooijdonk heeft overigens iets met “30%” Kort nadat zij als wethouder was aangetreden beweerde zij namelijk dat door 2% procent van de auto’s te weren (wat de milieuzone zogenaamd zou doen) de lucht in Utrecht 30% schoner zou maken. Ook dat was kletskoek.


In het eerder genoemde TNO-rapport van 25 maart 2016 staat dat er (ook) geen effect van de milieuzone kon worden vastgesteld voor NO2.

Of het nu waar is of niet wat zij beweert over de milieuzone, dat lijkt er voor wethouder Lot van Hooijdonk van GroenLinks niet toe te doen. Ze denkt waarschijnlijk (en terecht), als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt, en de kranten en de NOS daar maar vaak genoeg over berichten, dan gaan de mensen vanzelf denken dat het waar is. Het zal dus niet de laatste keer zijn dat Lot van Hooijdonk leugens verteld over de milieuzone.

SSLU pleit voor vuurwerkverbod


Aan het college en de gemeenteraad van Utrecht,

Hierbij stel ik mede namens de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht voor om het vuurwerk in Utrecht te verbieden, zodat dat mensen en dieren bij het einde jaar 2018 bespaard blijft. Dat houdt dus ook in een verbod op het verkopen van vuurwerk. Het voorstel wordt u nu aangeboden, zodat iedereen de vuurwerk-ongelukken, de giftige dampen die vrijkomen en de herrie nog vers in het ge­heugen liggen en u ruimschoots de tijd heeft om een verbod in de APV op te nemen.

Ik wil u eerst wijzen op een publicatie in het AD van 23-12-2017, waaruit blijkt de burgemeesters in Nederland unaniem zijn over  knalvuurwerk: daar willen ze van af. Een stap in de goede richting, maar zeker niet genoeg. Zie https://www.ad.nl/binnenland/burgemeesters-willen-verbod-op-knalvuurwerk~a6db4023/.

Ik wijs u verder op een “discussie” die heeft plaatsgevonden op de openbare facebookpagina van Utrecht! (9381 leden). Daaruit blijkt in de eerste plaats dat een meerderheid van de reageerders het eens is met het standpunt “zo gauw mogelijk verbieden”:  55 personen (zie icoontjes onder de op­roep om het vuurwerk te verbieden..

Het aantal personen dat in negatieve zin reageerde op de oproep om het vuurwerk te verbieden komt niet verder dan de helft. (De “discussie” ging na verloop van tijd over een heel ander onder­werp, zodat ik die niet meer gearchiveerd heb).  Van alle opmerkingen die onder de oproep geplaatst werden heb ik printscreens gemaakt die hieronder worden weergegeven. De meeste van die opmer­kingen geven er blijk van dat men het niet een s met een verbod, maar verschillende opmerkingen zijn van dezelfde reageerders.  Dat maakt dat het aantal negatieve reageerders minder is dan het lijkt.

Wat overigens  opvalt aan de negatieve reacties is dat die inhoudelijk niet ingaan op de problemen die in het artikel van de NRC worden genoemd, maar eerder begrepen moeten worden als uitingen van ergernis dat het probleem opgeworpen wordt. Een veel gehoorde ergernis is dat alles wat leuk is verboden wordt. Dat zou de politiek zich moeten aantrekken, want kennelijk draagt het beleid van de gemeente althans bij deze reageerders niet bij aan gevoel  van groeiende tevredenheid. Hoe het ook zij, een serieuze en redelijke reactie op de in het NRC-artikel genoemde problemen is het niet.

De negatieve reacties geven er op geen enkele manier blijk van begrip te hebben voor mensen en de dieren die niet tegen de herrie van vuurwerk kunnen en voor mensen die last hebben van COPD en astma die in het bijzonder lijden onder de rook die vrij komt bij het afsteken van vuurwerk of voor de mega verkwisting in een wereld waarin ruim een miljard mensen niet het geld hebben om zich te voeden. Een verwijzing naar deze problemen wordt door veel  negatieve reageerders af gedaan als “gezeik”, wat moeilijk een redelijk argument genoemd kan worden.

Uit het feit dat het aantal negatieve opmerkingen nog niet de helft is van het aantal adhesie betui­gingen (zoals die o.a. blijken uit het aantal instemmende icoontjes) kan mogelijk nog een andere conclusie getrokken worden, namelijk dat het om een scheldende minderheid gaat waarvan ten onrechte ook door politici vaak wordt aangenomen dat die representatief zou zijn voor wat het volk denkt. Veel  redelijke mensen voelen er niets voor om zich in sociale media bloot te stellen aan verwensingen en ordinaire scheldpartijen. Je mag dus aannemen dat die ondervertegenwoordigd zijn onder degene die opmerkingen plaatsen onder opiniërende posts. Kortom, de politiek zou niet zo bang moeten zijn voor wat de scheldende minderheid roept. Dat geldt waarschijnlijk niet minder voor de hetze tegen vluchtelingen, de hetze tegen pleitbezorgers van het afschaffen van de racistische traditie van zwarte piet en het gekrakeel tegen het terugdringen van autoverkeer. De zwijgende meerderheid zou wel eens veel groter kunnen zijn dan politici denken.

Een goede reden om het voorgestelde vuurwerkverbod juist nu op de politieke agenda te zetten is het feit van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Een prima gelegenheid voor politieke partijen om zich duidelijk uit te spreken voor of tegen het vuurwerkverbod.

C. van Oosten
2-1-2017

printscreen reacties op vuurwerkverbod